Sunday, 4 October 2009

Jongerencultuur / 'Rotterdam is in wezen een provinciestad'

Jonge Rotterdamse cultuurmakers spijkerden vorige week donderdag, midden in de nacht, een manifest op de deuren van cultuurinstellingen en het stadhuis. Het roer moet om, anders gaat in Rotterdam over tien jaar het licht uit.

Van Strien (36) is een van de 'leden' van R2002, een samenwerkingsverband van 22 jonge cultuurmakers in Rotterdam, dat met een tien-puntenmanifest het totale gebrek aan kennis van de straat en jongeren-subculturen bij de 'gevestigde orde' wil doorbreken. Want ondanks het hippe, jonge en dynamische imago van Rotterdam, worden veelbelovende initiatieven van jong talent vroegtijdig de kop ingedrukt of domweg niet (h)erkend. ,,We zijn blij als we in een krant of de Nieuwe Revu 'hip' genoemd worden. Maar het lukt absoluut nog niet om mensen buiten Rotterdam duidelijk te maken wat dat dan precies inhoudt. Rotterdam is voor de buitenwereld nog te veel een flitsend decor, zonder dat ze de acteurs kennen.''

Het probleem is tweeledig, vinden ook Bernard Zom (34) van communicatiebureau The Shop en Michel Smit (30), die samen met een partner het in Rotterdam steeds populairdere club Off Corso runt. De manier waarop Rotterdam jongerencultuur aan de man brengt is 'van een onthutsende oubolligheid'. Van Strien: ,,Ken je R'Uit? Dat is het culturele magazine van Rotterdam. Daar staat in waar je op donderdag kunt klaverjassen, zeg maar. Wat dat betreft zijn we in wezen nog een provinciestad.''

De subsidiepot jes worden al tientallen jaren beheerd door veertigers en vijftigers. Jongeren mogen wel ideeën leveren, maar die worden vaak uit hun handen gegrist en door de cultuursector totaal verkeerd aan de man gebracht. Zom: ,,Ze zitten achter een bureau en snappen niet waarom iets niet lukt. Je moet jongeren niet alleen iets laten bedenken, maar ze moeten dat 'halffabrikaat' ook zelf kunnen uitwerken. Zij snappen het beste hoe het in elkaar zit. We moeten van een top-down aanpak naar

bottom-up.''

Michel Smit moest vorige week nog een backpacker teleurstellen. ,,Die vroeg of er op dinsdag avond iets leuks te doen was in Rotterdam. Ik grapte dat hij wel mee naar huis mocht om leuke plaatjes te draaien. Maar eigenlijk is het triest.'' Smit zelf heeft, net als party-organisator en mede-R2002'er Ted Langenbach, bij Off Corso horeca en cultuur gemixt. Werk van jong talent, zoals video-artists, krijgt een kans, terwijl het publiek relaxed uit kan gaan. ,,Het is hier niet alleen maar bier drinken en lekkere wijven kijken. Als je dat kunt overbrengen, verzamel je vanzelf de juiste mensen om je heen.''

Off Corso is dan ook een voorbeeld van hoe je jongerencultuur zou moeten opstuwen. Zom: ,,Dit is veel meer 'underground' dan een zwaar gesubsidieerde expositie waar drie mensen op afkomen''. Het manifest van R2002 is dan ook helder. De initiatiefnemers, veelal laat-twintigers en dertigers, fungeren als 'grote broer of zus' voor aanstormend, jonger talent, dat maar al te vaak tegen starre instellingen of ambtenaren opknalt. De gemeente moet daarnaast het belang inzien van 'broedplaatsen'. Groepjes jongeren worden te vaak gezien als overlast, terwijl ze op straat juist ideeën opdoen. Van Strien: ,,We moeten in Rotterdam af van die negen-tot-vijfcultuur. De beste ideeën ontstaan 's avonds, maar dan zijn er nauwelijks dingen open. Cultuur gaat nu eenmaal 24 uur per dag door.''

Het manifest van R2002 wordt op 29 augustus aangeboden aan het nieuwe stadsbestuur. De grootste partij, Leefbaar Rotterdam, heeft een broertje dood aan al te veel subsidies voor cultuur. Op het cultuurbudget wordt zeker tien procent bezuinigd. Toch zijn de leden van R2002 niet bij voorbaat huiverig voor het nieuwe cultuurbeleid. Van Strien: ,,Ze hebben gezegd dat ze naar de burger gaan luisteren. Wij zijn ook een burgerbeweging.''


This text is about that the people from the government who can give away money for cultural foundations in Rotterdam are all old 'grey people' who don't no what's happening nowadays.

No comments:

Post a Comment